COLOUR RULES MY HEART, COLOUR RULES MY WORLD

Merel finds inspiration in an adventurous trip through Africa. Tuscany in Italy, the plains and hills around Saragossa, Spain, and the desolate splendour of the Alentejo, Portugal, the colours of India. Landscape fades away, only colour and light remain; light is a most essential thing. Merel puts it this way: “First I was enchanted by light, and the whole world was my inspiration. Now there are men all around me, coming very close. He is there, he stays there, and I can’t and won’t ignore him. And though my heart and head are completely filled with colours, there are also words, words meaning signs and marks, impressions which are mine, yours, I paint, paint right from my soul.” 

Merel paints “independently”; she is not part of a specific trend or school. She creates and paints her own world, full of colours. Her message is based on a great deal of astonishment and surprise. Leading and suggestive power is typical for her artistic expression. In this way she gets to the soul and heart of her themes very delicately and sensitively. Her paintings evoke a wealth of different experiences, the spectator will be overwhelmed. She paints in an uncomplicated and unsophisticated way, the way she experiences and discovers the world. Time after time one will be an integral part of this. Her paintings are full of subtle fascination and spells, which cause quite a few happy emotions.

 

Merel-painter-portrait

 

EYES WIDE OPEN. EARS WIDE OPEN.

Er zit, zoals altijd, veel rood in haar werk. “Rood vertegenwoordigt passie, liefde, vuur”, zegt Merel. Maar nog opvallender is goud. Niet dat dat nieuw is, er wàs al goud in haar schilderijen, maar het neemt een steeds grotere plaats in, wordt almaar belangrijker. “Is goud een kleur?” vraagt Merel zich hardop af. “Het geeft in ieder geval diepte, schittering en gloed. En daarnaar streef ik, ook in de werkelijkheid. Ik wil bewust en passioneel leven, met wijd open ogen en wijd open oren. Die intensiteit zoek ik op. Het hartstochtelijke wil ik, als van verliefd zijn, met alle zintuigen op scherp.”

Voorheen vond Merel haar inspiratie in de zichtbare, waarneembare wereld. Ze liet beelden en landschappen op zich inwerken tot er alleen licht en kleur overbleven. Dat zichtbare is nog verder vervaagd. “Nu schilder ik de wereld die ik ervaar, mijn belevingswereld.” En dat blijkt een vrolijke, wonderlijke wereld te zijn, meestal fris en lustig, ondanks het relativerende en de vraagtekens. “Ik ben blij dat ik dat nog steeds heb: Die Grote Verwondering. Verbijstering zelfs, over wat er rondom mij gebeurt. Maar ik ben zeer nieuwsgierig: ik wil àlles weten.”

De nieuwsgierige mens, maar ook de spelende mens was al lang aanwezig in haar werk. DE MENS is er en blijft er, ze kan er niet omheen. En net zoals GOUD, is er steeds meer van. Meer MENS. De figuurtjes mannetjes en vrouwtjes herleid tot hun essentiële vorm dansen, lopen, springen.

Een nieuw gegeven in de schilderijen van Merel: het VARKEN. Sweet pigs go to heaven. Can pigs save the world? “Ja, ja”, lacht ze. “Het varken staat zeer dicht bij de mens. Een varken eet ook alles.”

En op verschillende schilderijen staat tekst. “Ik hou van woorden”, zegt ze. “Net als kleuren, zijn er woorden, woorden als tekens, met een eigen grafiek, een eigen ritme.”

Behalve van rood, goud, mensen, varkens en woorden houdt Merel van handen, van handen die spreken. Doventaal. Voor wie niet horen kan. Voor wie niet horen wil. Voor wie moet zien, alvorens het te geloven. Gestrekte wijsvinger, pink en duim; middel- en ringvinger gevouwen: “ik hou van u.”